Verscheen in de ZA-Krant

Pionieren naar professie

Van Wat krijgen we nou? tot volwaardig personeelsblad

door Jet van Swieten

In 1976 was hij er voor het eerst, de ZA-Krant. Het was een gezellig ogend blaadje, vierkant van formaat, gedrukt op kringlooppapier. Het kartonnen voorblad van de eerste jaargang was voorzien van steeds twee door elkaar lopende letters die waren overgenomen van de gevel van het ZA-gebouw aan de Oudenoord in Utrecht. De complete serie naast elkaar vormde de woorden: Zwolsche Algemeene. Na 26 jaar verschijnt nu het laatste nummer van dit personeelsblad. Daarom kunnen we niet voorbij gaan aan zijn geschiedenis. De mensen die het blad hebben gemaakt tot wat het is, Ton de Beus, Fred Kilwinger en Henny van Mil, wekken de pioniersgeest weer tot leven. 

Geen ‘bjoetifoel direktieblaadje’

‘Via de Interne Mededeling wordt gepoogd u al dan niet urgente boodschappen – in éénrichtingsverkeer – over te brengen. Met “Wat krijgen we nou?” denken wij u vanaf heden beter bij het bedrijfsgebeuren te betrekken’, schreef Ton de Beus in mei 1974 in het eerste nummer van Wat krijgen we nou?. Het blad was een voorloper van de ZA-Krant. Niet de eerste, want ook Theo Hubert – op dat moment nog geen algemeen directeur – sprak in 1968 al het personeel aan via het ZA-journaal.

Al deze pogingen een personeelsblad van de grond te krijgen, hebben uiteindelijk geleid tot een serieus plan van aanpak en een echt 0-nummer van de ZA-Krant in 1976. Met redactiestatuten werd de intentie duidelijk: het blad moest een ‘blijvertje’ worden, een onafhankelijk medium waarin iedereen vrijelijk zijn zegje kon doen. Vanaf dat moment is de ZA-Krant niet meer weggeweest en kon uitgroeien tot een professioneel personeelsblad dat volgens Ton voor velen bijna onmisbaar werd. Oprichter Ton schreef in het redactioneel, niet van plan te zijn er een ‘bjoetifoel direktieblaadje’ van te maken.

Volgens Ton waren er voor hem twee aanleidingen om met dit personeelsblad te beginnen. ‘Nog maar pas werkzaam bij de ZA moest ik uit de Volkskrant lezen dat het bedrijf dochter was geworden van ITT. Dat is iets wat niet kan. Daarnaast wist ik vrij weinig van andere afdelingen. Ik vond het nodig dat werknemers beter inzicht kregen in wat er in het bedrijf allemaal speelt, welke mensen er werken en wat zij doen. Ik kwam van een krant [Het Centrum, jvs], dus het was voor mij niet moeilijk zoiets te beginnen.’

Eén van de eerste items die Ton aanpakte in 1974, was een interview met de nieuwe directeur en ‘tussenpaus’ Johan Geert Gerritsen. Niemand van het personeel kende hem, dus lag volgens Ton een vraaggesprek voor de hand. ‘Die man wist precies wat ik bedoelde. Hij had gevoel voor publiciteit en was dolblij dat ik hem interviewde, zodat de werknemers op de hoogte kwamen van zijn ideeën.’ ‘Mensen hebben fijnschaligheid nodig’, zei Gerritsen, ‘ze voelen zich verloren in de massaliteit.’ Hij wilde zijn medewerkers echt leren kennen, zodat zij hem niet alleen van de foto in het personeelsblad kenden.

Beusberichten

Het blad werd meteen gevuld met verslagen uit de Ondernemingsraad. In het tweede nummer van Wat krijgen we nou? verscheen een verslag van de hand van Fred Kilwinger over een bezoek van ZA-voetbalfanaten, die met de bus naar München gingen om de verrichtingen van het Nederlands elftal van nabij te volgen. Evenals Ton schreef ook Fred altijd met een kritische ondertoon. De aanpak werd journalistiek. Er werd hoor en wederhoor gepleegd.

‘Zo hoort dat’, zegt Ton. ‘De directie had dat goed in de gaten. We hebben zo menig artikel kunnen plaatsen, wat beslist in andere bedrijven niet had gekund. Voor ons gold niet: wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Wel hielden we in de gaten, niet het eigen nest te bevuilen.’

Bij gebrek aan copy schreef Ton de ZA-Krant wel eens zelf vol. Dan werd er gekscherend van ‘Beusberichten’ gesproken. Ton schreef over alles wat hem na aan het hart lag en speurde als een rechtgeaard journalist naar nieuws. Zo werden op een afdeling witte muizen gehouden, Leo van der Zouw had kanjers van vissen en op een andere afdeling waren vogels. Daar werd dan over geschreven. Verder schreef Ton over de krapte op de parkeerplaats, over de hypotheeksubsidie, het sinterklaasfeest, het restaurant en over kunst. ‘Ik ontdekte dat het ook leuk was om over kunst te schrijven. Zo leerde ik naar kunst kijken. Dat wilde ik op de mensen overbrengen. Op het moment dat bij geëxposeerd eindexamenwerk van studenten van Artibus zoveel rotzooi meekwam, onder meer een gele koe, leer je ook wat vrijmoediger over kunst te schrijven.’

Analytisch

Met genoegen kijkt Fred Kilwinger terug op 26 jaar ZA-Krant. Ook hem was er alles aan gelegen met een kritische blik de dingen te bezien. Dat waar Ton de Beus een meer sociaal bewogen pen had, daar wist Fred analytisch, met rekenkundige precisie uit te leggen waarom bepaalde zaken goed of juist niet goed waren voor de werknemer. Hij maakte zich in zijn artikelen sterk voor een bonus voor iedereen. Er werd te lang over gepraat. Een zeven jaar durende discussie was in zijn ogen niet nodig geweest.

‘Als ik over zoiets schrijf, zet ik altijd mij naam eronder. Het is weleens gebeurd, dat iemand een kritisch stuk schreef en ondertekende met I. Ronie. Een later stuk werd verzorgd door S. Arkast. Onder eigen naam schreef ik daarna een stuk over hetzelfde onderwerp. Daarna werd ik bij de directie ontboden. Of die stukken van mij waren en, zo nee, of ik die dan niet had moeten veranderen. Nee, schrijven doe ik onder mijn eigen naam. En kritiek geven om de kritiek, dat doe ik niet.’ Ook voor Fred staat hoor en wederhoor hoog in het vaandel.

Signalerende functie

Hoogtepunt voor Fred is de jaarlijkse nieuwjaarsrede, die hij op een populaire manier wil verslaan. ‘Aanvankelijk werd die nieuwjaarsrede over de hoofden van het personeel heen uitgesproken naar de buitenwacht, de aandeelhouders en de pers. Inmiddels is dat veranderd en krijgen de medewerkers een gepopulariseerde versie van de nieuwjaarsrede te horen. Zo weten ze beter waar het over gaat.’ Fred hoopt in januari voor het eerste nummer van een nieuw personeelsorgaan zijn laatste artikel te schrijven. Dat wordt een verslag van de nieuwjaarsrede 2003.

Een andere kritische noot kwam, toen het werk steeds meer veranderde en er steeds meer apparatuur op de bureaus verschenen. ‘De bureaus werden te klein. Er lagen stapels werk, waardoor er overvolle bureaus ontstonden. Voor de krant hebben we toen een foto gemaakt: het bureau van een schadecorrespondent. Na de verhuizing naar Nieuwegein hebben we tussen bureaus oude kastplanken gelegd om dit probleem op te lossen. Inmiddels zijn die bureaus wel aangepast.’

Volgens Fred heeft de ZA-Krant altijd een signalerende functie gehad. Daarnaast stelden personeelsleden zich voor. Ze vertelden over hun werk, over wat hen bewoog. ook afdelingen kregen de kans voor het voetlicht te komen. Bovendien werd het thuisfront geïnformeerd. ‘Voor een groot bedrijf is het functioneel als collega’s te weten komen wat er om hen heen gebeurt. Het is een kwestie van herkenen en erkend worden. Je ziet wat van andere fronten binnen het bedrijf en leert het bedrijf beter kennen.’

Door voor de ZA-Krant te schrijven, meent Fred op zijn manier het bedrijfsbelang te kunnen dienen. ‘Ik schrijf absoluut niet voor de erkenning door anderen. Je moet zoiets doen omdat je het zelf leuk vindt. Dat geeft voldoening.’

Grafische vormgeving

Met de komst van Hans van der Spaa als hoofdredacteur, kwam de vaart in de ZA-Krant. Hiermee werd de krant volwassen. Het formaat veranderde naar A4, het kringlooppapier verdween en het papier werd niet meer met een bandje bijelkaar gehouden, maar kreeg nietjes in het hart. Vanaf dat moment gingen ook de mensen van Marketing Leven en Marketing Schade stukken schrijven.

De invoer van deze nieuwe gedaante maakte dat de inbreng van Henny van Mil op de krant groter werd. Henny doet sinds 1978 de grafische vormgeving van het blad.

‘De vorm van de oude ZA-Krant was al bepaald en die lijn zette ik voort toen ik er aan begon. Het werk bestond uit het plakken en knippen van stroken tekst en kopteksten plaatsen met plakletters. Als er ook maar een komma aan de tekst moest worden gewijzigd, moest de boel weer los’, herinnert Henny zich.

Later kwam er de composer, waarmee hij de tekst zelf kon zetten. ‘Dat betekende dubbel werk. Alles wat werd aangeleverd, tikte ik dan opnieuw in. Heel anders dan nu met de computer, waarmee ik aangeleverde tekst direct in het grafische programma omzet. Voor het computertijdperk liet ik ruimte over voor foto’s, die bij een lithograaf gerasterd moesten worden. Die foto’s werden overgebracht op de offsetplaat in de drukkerij. Dat is nu niet meer nodig. In die zin levert de computer een kostenbesparing op.’

‘Toen het nieuwe formaat krant uitkwam, kreeg ik pas echt gevoel voor het ontwerp. De vormgeving heb ik bedacht. Dat is zo gebleven, ook bij de vernieuwingen die door de jaren heen zijn ingevoerd.’ Was de nieuwe uitvoering dan wel Henny’s werk, over de papierkeuze was hij in eerste instantie niet gelukkig. Liever zag hij het aloude kringlooppapier gebruikt. Daarover schreef hij een kritisch stukje in de krant. ‘Inmiddels is er bij de papierindustrie wel een en ander veranderd, waardoor de bezwaren voor dit gladde, witte papier minder zijn.’

Visueel aantrekkelijk

De laatste veranderingen binnen de ZA-Krant zijn doorgevoerd, toen de Zwolsche Algemeene een nieuwe huisstijl invoerde. ‘Die was ook doorgevoerd in de ZA-Krant. Aan dat stramien zitten een aantal beperkingen, die een saai geheel van de krant kunnen maken als je ze te strikt doorvoert. Door variatie aan te brengen vergroot je de leesbaarheid en dat komt de communicatie ten goede. Voor mij als vormgever is visuele overdracht een belangrijk aspect. Een visueel aantrekkelijk blad wordt beter gelezen. Ik pleit dan ook voor meer foto’s.’

Door foto’s groter af te beelden, quotes te gebruiken en koppen er opvallend uit te laten springen, en door kleurgebruik, bezorgde Henny de ZA-Krant een aantrekkelijk uiterlijk. De kwaliteitsverbetering is mede ingezet door de komst van de computer en de steeds geavanceerdere grafische programma’s. ‘Altijd heb ik geprobeerd bij de tijd te blijven. Ik volg de ontwikkelingen op de voet en probeer steeds nieuwe dingen uit. Daarom volgde ik cursussen als reclametekenen, werktekenen en marketing. In mijn vrije tijd geef ik vorm aan boeken, huisstijlen en advertenties. De ervaringen die ik daar opdoe, breng ik mee in mijn werk.’

Voor de ZA-Krant geeft Henny nu alleen nog maar vorm aan de voorpagina. Het binnenwerk wordt uitbesteed vanwege de drukke werkzaamheden op de afdeling Marketing. Wel houdt hij nog de supervisie over de uitvoering. ‘Als de nieuwe krant er komt, is dat voor mij een nieuwe uitdaging waar ik graag mijn visuele stempel op zou willen drukken.’

Sluit venster