Verschenen in Eerste Bulletin Tweede Wereldoorlog,
redactie Perry Pierik en Martin
Ros
Uitgeverij Aspekt
De broedstoof van de natie: vrouwen in het Derde Rijk
door Jet van Swieten
Een
beeld van het Duitse vrouwenleven vanuit historisch, cultureel en sociologisch
oogpunt, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en de plaats die de vrouw inneemt
in de huidige samenleving.
‘Was dann noch über die Konzentrationslager laut wird, ist ja auch grauwenhaft. Ich kann es mir nicht vorstellen, daß es so ist,’ schreef een niet bij name genoemde Duitse vrouw op 21 april 1945 in haar dagboek. Zij drukte daarmee uit wat veel vrouwen in Duitsland na de Tweede Wereldoorlog moeten hebben gedacht. Zij nam met haar woorden afstand van Hitiers terreur en wendde zich af van de uitwerking die de terreur had op de slachtoffers. Als vrouw en moeder kon zij geen schuld hebben aan de moord op zoveel mensen, aan rassenhaat en onderdrukking. Laat staan dat zij schuld had aan de oorlog. Zij was zelf slachtoffer van de misleiding van de nationaal-socialistische maatschappij waarin zij leefde.
Slachtofferrol
Binnen de vrouwenbeweging dringt het besef door dat vrouwen zichzelf te lang al in een slachtofferrol hebben geplaatst. Vrouwen dienen de verantwoording op zich te nemen voor de keuzen die zij maken. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor de houding die zij aannamen in een periode in de geschiedenis die zij liefst snel willen vergeten. In de bundel Frauen und Nationalsozialismus, Historische und kulturgeschichtliche Positionen, samengesteld door Ortrun Niehammer, wordt duidelijk welke rol de vrouw vervulde in de nationaal-socialistische staat. In de bundel zijn artikelen bijeengebracht, geschreven door vrouwen, die zich vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines bezig houden met vrouwenstudies. Vanuit historisch, cultureel en sociologisch oogpunt biedt het boek een beeld van het Duitse vrouwenleven ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en geeft inzicht in de plaats die de vrouw inneemt in de huidige samenleving. In de bundel krijgen de werkelijke slachtoffers van de holocaust een plaats, maar ook de vrouwen voor wie het leven van alledag bleef doorgaan; de vrouwen die zich kritiekloos schaarden achter de tijdgeest. Dit boek maakt duidelijk dat het juist deze vrouwen zijn geweest die, als spil van het gezin, aan de basis hebben gestaan van de nationaal-socialistische samenleving in Duitsland.
In de nationaal-socialistische samenleving kreeg de vrouw een eigen rol toebedeeld. Het was vooral haar moederrol die haar opwaardering bezorgde. Zij moest borg staan voor de absolute naleving van de normen en waarden die de natie was opgelegd. Een goede moeder was zorgzaam, dienstbaar en gehoorzaam en zorgde voor de orde. opvoeding van liefst kerngezond nageslacht. Goebbels formuleerde het in 1934 als volgt: ‘Is de vrouw gezond, dan is ook het volk gezond.’ Haar zonen voedde zij op tot kanonvoer, terwijl haar dochters toewijding werd bijgebracht. De perfecte vrouw was trots op haar rol als broedstoof van de natie, trots op haar ariër.zijn. Zij droeg de nationaal.socialistische ideologie over op haar kinderen, haar familie en haar dorpsgenoten. Geheel autonoom, los van de militaristische mannenmaatschappij vatte zij haar eigen taak op, bijgestaan door de opvoedkundige tips van Johanna Haarer. Deze bracht met haar in 1939 uitgegeven boek Mutter, erzähl van Adolf Hitler de moeder de nationaal-socialistische ideologie bij. Nog heden ten dage worden Haarers boeken uit de kast getrokken.
Wie geen moeder was kon altijd nog de haar van nature gegeven kwaliteiten aanwenden in de typische vrouwenberoepen als onderwijzeres, kinderverzorgster of verpleegster. Hoe was het, ondanks haar zorgzame toewijding, mogelijk dat met name nationaal-socialistisch georganiseerde verpleegsters in verpleeghuizen en zorginstellingen een aandeel hadden in het ombrengen van duizenden ongeneeslijk zieken, psychiatrische patiënten en andere gehandicapten? De verpleegster fungeerde als instrument in een perfect georganiseerd vernietigingssysteem, compleet met formulieren en al. Het openingsartikel in de bundel, van de hand van Jutta Dornheim en Ulrike Greb, gaat hier uitgebreid op in.
De psychosociale achtergronden waaronder vrouwen werkten, komen erin aan de orde. Aan het eind van de negentiende eeuw werd voor de verpleging een beroep gedaan op vrouwen uit de hogere burgerlijke milieus. Van de verpleegster werd dienstbaarheid en opofferingsgezindheid verwacht, zij moest de artsen onvoorwaardelijk gehoorzamen en ze had een zwijgplicht. Zij werd opgevangen in besloten moederhuizen en verdiende weinig. Daarmee was zij gedwongen tot een totale afhankelijkheid. In de nationaal-socia!istische tijd was er nog niet veel veranderd aan deze patriarchale traditie uit de negentiende eeuw. Om volledige controle over de gezondheidszorg in handen te hebben, werd de Reichsfachschaft Deutscher Schwestern und Pflegerinnen, waarin vijf gesloten zustergemeenschappen werden gelijkgeschakeld onder de paraplu van de KK-Volkswohlfahrt. Zo kon de nationaal-socialistische ideologie doordringen tot in de zieken- en verpleeghuizen. Erich Hilgenfeld, bestuurslid van de NS-Volkswohlfahrt, schreef in 1933: ‘Wir wollen durch unsereMaßnahmen der Gesundheitsführung in der Zukunft alles Kranke ausschalten.’ Velen wachtten de ‘genadedood’, zoals HitIer het formuleerde.
Alleen al tussen januari 1940 en augustus 1941 werden meer dan 70 duizend patiënten in Duitsland vergast in speciaal daarvoor ingerichte instellingen. Later ging men over op onopvallender maatregelen, die meer in de lijn van verpleegkunde pasten. Verpleegsters hielpen bij de selectie vanpatiënten, registreerden ze en bereidden de patiënten voor op het transport. Zij waren belast met het toedienen van de dodelijke morfine- of luchtinjectie. Sommige patiënten werden naar de andere wereld geholpen met een overdosis slaapmiddelen of door verhongering. In de psychiatrische kliniek Obrawalde bij Meseritz, in het huidige Polen, werden tussen 1942 en 1945 in opdracht van artsen achtduizend tot achttienduizend mensen omgebracht.
De vraag waarom verpleegsters hun medewerking verleenden aan deze moordmissie is niet eenduidig te beantwoorden. Er is nog veel studie nodig om een reëel antwoord te vinden. Uit verklaringen van betrokken verpleegsters is gebleken dat velen zich niet verantwoordelijk voelden. Het was immers de arts, de autoriteit die de leiding had en daarom de verantwoording droeg. Ook hun lagere opleiding voerden zij aan om hun onschuld te bewijzen. Zij handelden volkomen verantwoord en met de toewijding, die van een verpleegster werd verwacht. Zelfs de injectienaald, noodzakelijk om het dodelijk medicijn toe te dienen, werd vooraf gesteriliseerd. Het om zeep brengen van ongeneeslijk zieken werd zelfs gezien als een zorgzame handeling, passend bij het toewijdend karakter van de vrouw. Daarnaast moet de oorzaak worden gezocht in de nationaal-socialistische propaganda met zijn vlagvertoon, uniformen en Mutterkreuzen.
Frauen und Nationalsozialismus biedt vrouwen een handvat. Aan de hand van de geschiedenis wordt duidelijk dat schuld en onschuld dicht langs elkaar liggen. Een slachtofferrol past niet waar vrouwen in hun volle bewustzijn ervoor kiezen zelf de verantwoordelijkheid te dragen voor hun daden. Dat is een boodschap die tot op de dag van vandaag geldt.
Oltrun Niehammer (Hg.)
Frauen und Nationalsozialismus.
Historische und kulturgeschichtliche Positionen.
Universitätsverlag Rasch Osnabrück.
ISBN: 3-930595-49-4